Inleiding

Door de ingelegde premies zorgvuldig te beleggen zorgt Pensioenfonds PNO Media voor de opbouw van een goed pensioen voor werknemers in de mediabranche. Dat doen we op een manier die maatschappelijk verantwoord is.

Verantwoord beleggen is al jaren een belangrijk uitgangspunt bij het bepalen van ons beleggingsbeleid. Het gaat ons om een goed én verantwoord rendement. Voor PNO Media betekent verantwoord beleggen: bewust rekening houden met de invloed op milieu, sociale factoren en goed ondernemingsbestuur bij al onze beleggingsactiviteiten.

In deze code licht PNO Media toe welke fundamentele uitgangspunten het fonds daarbij hanteert. Aan de hand van internationale verdragen en gedragscodes werken we deze uitgangspunten uit voor de verschillende beleggingscategorieën. Ook vindt u in deze code een beschrijving van de verschillende instrumenten die we gebruiken om ons beleid in de praktijk te brengen en de partijen waarmee wij samenwerken op het gebied van verantwoord beleggen.

Het begrip verantwoord beleggen verandert voortdurend. De code verantwoord beleggen van PNO Media verandert mee om aan te sluiten bij de meest recente maatschappelijke opvattingen over verantwoord beleggen. In het bijzonder houden we rekening met de opvattingen van onze deelnemers over verantwoord beleggen. De vorige code verantwoord beleggen dateert van december 2012. Na een evaluatie in 2016 is de code aangepast en per 30 april 2017 van kracht.

Klik hier voor de Code in PDF formaat.

 

Hoofdstuk 1       Visie en uitgangspunten

1.1         Beleggingsdoelstelling

PNO Media behartigt de belangen van deelnemers, pensioengerechtigden en aangesloten werkgevers door pensioenregelingen uit te voeren. Ons beleggingsbeleid is er op gericht om een situatie te creëren waarbij een zodanig rendement op het belegde vermogen wordt behaald dat een bestendig indexatiebeleid kan worden gevoerd. Dat doen we tegen een aanvaardbare premie en binnen beperkte risicogrenzen. Deze code doet niets af aan onze doelstelling en tracht zo mogelijk bij te dragen aan het bevorderen van deze doelstelling.

1.2         Maatschappelijke verantwoordelijkheid

PNO Media is zich bewust van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid als institutionele belegger en wil daar naar handelen. Dit betekent dat we in ons beleggingsbeleid rekening houden met de normen en waarden waarover in de samenleving overeenstemming bestaat. We wegen daarom sociale, corporate governance en milieuoverwegingen, gebaseerd op internationale standaarden, mee in onze beleggingsbeslissingen. Het belang van de beleggingen van PNO Media in de totale financiering van individuele ondernemingen en overheden is in het algemeen gering. Dat komt mede door de spreiding die we beogen. De invloed van het maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid van PNO Media op het handelen door ondernemingen of overheden is daarom beperkt. We werken samen met andere beleggers om onze invloed te vergroten. Bij de concretisering van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid houden we rekening met het bijzondere karakter van de mediasector en de wensen van onze deelnemers, pensioengerechtigden en aangesloten werkgevers. Over de keuzes die we maken en de instrumenten die we inzetten, legt PNO Media verantwoording af.

1.3         Fundamentele uitgangspunten

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van PNO Media brengt met zich mee dat we ook niet-financiële criteria in onze beleggingsoverwegingen betrekken. Bij alle beleggingsbeslissingen houden we rekening met de volgende fundamentele uitgangspunten, gebaseerd op breed gedragen normen en waarden:

  • respecteren van mensenrechten;
  • respecteren van persvrijheid;
  • respecteren van arbeidsrechten;
  • bescherming van gezondheid en welzijn;
  • tegengaan van corruptie;
  • tegengaan van belastingontwijking
  • beschermen van het milieu;
  • tegengaan van klimaatverandering;
  • geen controversiële wapens;
  • respecteren van normen voor corporate governance;
  • respecteren van normen voor dierenwelzijn;
  • ketenverantwoordelijkheid

Deze fundamentele uitgangspunten worden in het volgende hoofdstuk van deze code nader toegelicht. Deze code is van toepassing op alle beleggingen van PNO Media.

 

Hoofdstuk 2       Concretisering fundamentele uitgangspunten

2.1         Respecteren van mensenrechten

PNO Media onderschrijft de Universal Declaration of Human Rights, die in 1948 werd aangenomen door de Verenigde Naties. De Universal Declaration beschrijft de rechten en vrijheden van ieder mens “zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.” Tot de mensenrechten die in de Universal Declaration genoemd worden behoren:

  • recht op leven en vrijheid;
  • vrijheid van meningsuiting;
  • vrijheid van godsdienst;
  • recht op een eerlijk proces;
  • recht op voedsel, werk en onderwijs.

In 1966 werd de Universal Declaration of Human Rights aangevuld met het International Covenant on Civil and Political Rights (UNCCPR) en het International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights (UNCESCR). Deze overeenkomsten verklaren dat ook burgerrechten en politieke rechten, alsmede het recht op economische, sociale en culturele ontwikkeling, tot de rechten van de mens behoren.

PNO Media onderschrijft tevens het Protect, Respect and Remedy Framework van professor John Ruggie, Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties op het gebied van bedrijven en mensenrechten. Het Framework is voor bedrijven uitgewerkt in de Guiding Principles on Business and Human Rights: Implementing the United Nations ‘Protect, Respect and Remedy’ Framework, die in juni 2011 zijn onderschreven door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties.

PNO Media verwacht van bedrijven dat zij mensenrechten respecteren en daartoe:

  • een beleidsverklaring opstellen waarin het bedrijf zich committeert aan het respecteren van mensenrechten;
  • human rights due diligence verrichten, wat inhoudt dat bedrijven identificeren wat hun (nadelige) impact op mensenrechten is; die impact voorkomen of verminderen; en verantwoording afleggen over hoe zij die impact adresseren;
  • procedures (grievance mechanisms) opzetten om te komen tot herstel van de nadelige impact op mensenrechten die door het bedrijf wordt veroorzaakt of waar het bedrijf aan bijdraagt.

PNO Media onderschrijft de Tirana Declaration en de Principles for Responsible Investment in Farmland (de Farmland Principles). Deze richtlijnen gaan over landrechten van inheemse volken en lokale gemeenschappen. De afgelopen jaren is grootschalige landverwerving in ontwikkelingslanden verder toegenomen. Vooral in die landen is het gebrek aan overleg en transparantie over de toewijzing van land een veel voorkomend probleem. Gedwongen verhuizingen en conflicten om land gaan vaak gepaard met een schending van het recht op een effectrapportage, op compensatie en op rehabilitatie. Een verandering van grondgebruiksrechten zonder dat (voldoende) rekening is gehouden met de belangen van de lokale bevolking kan zelfs uitmonden in landroof. De Tirana Declaration geeft een definitie van landroof die gebruikt kan worden voor het identificeren van investeringen in land die hieraan voldoen. De Farmland Principles zijn speciaal bedoeld voor investeringen in landbouwgrond.

PNO Media verwacht dat bedrijven zich inzetten voor gendergelijkheid. Het concept gendergelijkheid veronderstelt dat mannen en vrouwen gelijke rechten, verantwoordelijkheden en kansen hebben. En vereist dat rechten, verantwoordelijkheden en mogelijkheden niet afhankelijk zijn van de vraag of iemand van het mannelijk of vrouwelijk geslacht is. Gendergelijkheid en vrouwenemancipatie zijn opgenomen in de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (CEDAW), de Women’s Empowerment Principles en de Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties.

Op het gebied van gendergelijkheid verwacht PNO Media dat bedrijven CEDAW en de eerdergenoemde Guiding Principles on Business and Human Rights naleven, waarin staat dat bedrijven bij al hun activiteiten rekening zouden moeten houden met het verschil in mensenrechtenimpact dat mannen en vrouwen ervaren. Het due diligence-proces is daarbij van groot belang.

2.2         Respecteren van persvrijheid

Persvrijheid wordt genoemd in het UNCCPR als onderdeel van de vrijheid van meningsuiting. De persvrijheid staat in toenemende mate onder druk doordat de internetvrijheid steeds verder beperkt wordt door regeringen en bedrijven die het internet in toenemende mate willen reguleren PNO Media verwacht daarom van bedrijven dat zij de persvrijheid respecteren, zoals beschreven in de aanbevelingen van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties ‘on the protection and promotion of the right to freedom of opinion and expression’.

2.3         Respecteren van arbeidsrechten

Pensioenfonds PNO Media onderschrijft de vier Fundamental Principles and Rights at Work van de International Labour Organisation (ILO) ten aanzien van arbeid en arbeidsomstandigheden:

  • vrijheid van vereniging en erkenning van het recht op collectieve onderhandeling;
  • het verbod op alle vormen van gedwongen arbeid;
  • het verbod op kinderarbeid;
  • het verbod op discriminatie (op grond van etniciteit, geslacht of sociale afkomst) met betrekking tot het aanbieden van werk of specifieke functies.

De UN Guiding Principles on Business and Human Rights benadrukken dat de verplichting van bedrijven om mensenrechten te respecteren geldt voor alle mensenrechten die in internationale verdragen zijn opgenomen. Daaronder vallen ook de arbeidsrechten, met als minimum de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk. PNO Media verwacht dat bedrijven in hun due diligence onderzoek en andere maatregelen ook arbeidsrechten meenemen.

PNO Media erkent het streven naar fatsoenlijk werk zoals onderschrijft de ILO’s Tripartite Declaration of Principles concerning Multinational Enterprises and Social Policy. Deze standaard gaat specifiek in op arbeidsomstandigheden en bedrijfsbeleid en behandelt naast de fundamentele arbeidsrechten ook andere onderwerpen waarvan PNO Media verwacht dat bedrijven er beleid voor hebben, zoals gezondheid en veiligheid op het werk, leefbare lonen en maximale werktijden. Dit is in overeenstemming met SDG 8.

2.4         Bescherming van gezondheid en welzijn

PNO Media onderschrijft het recht op gezondheid. Dit is een erkend mensenrecht, in 1946 voor het eerst geformuleerd bij de oprichting van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als “het recht op het genieten van de hoogst haalbare standaard van lichamelijke en geestelijke gezondheid”. Het is een onderwerp waaronder veel zaken vallen: toegang tot gezondheidszorg, veilig drinkwater, juiste sanitaire voorzieningen, veilig voedsel, huisvesting, gezonde werkomstandigheden, onderwijs en informatie over gezondheid, en gendergelijkheid. De voorzieningen voor gezondheidszorg moeten zowel fysiek als economisch voor iedereen toegankelijk zijn, zonder onderscheid.

PNO Media ondersteunt daartoe de Access to Medicine Index. Deze organisatie beoordeelt farmaceutische bedrijven onder andere op hun rol bij de ontwikkeling van vaccins of medicijnen voor veel voorkomende (tropische) ziektes. PNO Media verwacht dat farmaceutische bedrijven zich inspannen om hun score in deze index te verbeteren.

Volgens Artikel 25 van de Universal Declaration of Human Rights heeft “een ieder [heeft] recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding (…).” De Voluntary Guidelines to Support the Progressive Realization of the Right to Adequate Food in the Context of National Food Security van de FAO verbindt het recht op voeding aan het begrip voedselzekerheid. Het presenteert een waardevol overzicht van alle factoren die meespelen bij het realiseren van het recht op voedsel.

PNO Media heeft de intentie om daartoe de Access to Nutrition Index (ATNI) Investor Statement te ondertekenen. De ATNI stimuleert bedrijven om de consumenten toegang te geven tot betaalbare voeding en dranken, met hoge voedingswaarde, en om invloed uit te oefenen op de keuzes en het gedrag van consumenten – voor gezonde voeding en actieve leefstijl.

Tevens ondersteunt PNO Media het Water Disclosure Project, gelanceerd in 2011 door het Carbon Disclosure Project, dat gegevens verzamelt van beursgenoteerde bedrijven wereldwijd over hun beleid ten aanzien van waterbeheer. De verwachting is dat schoon drinkwater schaars wordt en dat mensen tegelijkertijd meer last zullen krijgen van wateroverlast door een stijgende zeespiegel en veranderend klimaat. PNO Media vindt het van groot belang dat bedrijven de (financiële) risico’s en kansen rond water in kaart brengen en hierover duidelijk rapporteren.

2.5         Tegengaan van corruptie

Corruptie is het verrichten of nalaten van handelingen met als doel een persoon, groep of organisatie te bevoordelen, zonder dat deze op legitieme gronden aanspraak kan maken op dat voordeel. Corruptie omvat uiteenlopende gedragingen, waaronder omkoping, afpersing, fraude, witwassen, maar ook het betalen van steekpenningen. Corruptie staat in de weg staat bij de ontwikkeling van wet- en regelgeving. Overheidsfunctionarissen verliezen hun legitimiteit als ze hun baan gebruiken voor persoonlijk gewin en het ondermijnt het geloof in het politieke systeem. Het belastingsysteem in veel landen leidt onder de gevolgen van corruptie. In plaats van de noodzakelijke infrastructuur en faciliteiten zoals scholen, ziekenhuizen en drinkwatervoorzieningen wordt publiek geld besteed aan niet rendabele prestige projecten. Corruptie verstoort bovendien de ontwikkeling van markten en eerlijke concurrentie.

PNO Media onderschrijft daarom de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en de Business Principles for Countering Bribery van Transparency International ten aanzien van het tegengaan van corruptie.

Niet-transparante lobbyactiviteiten kunnen een vergelijkbaar effect als corruptie hebben. In de Europese Unie (EU), de Verenigde Staten (VS) en Canada zijn er registers waarin bedrijven vrijwillig (EU) of verplicht (VS en Canada) kunnen aangeven wat hun lobbyactiviteiten zijn. PNO Media verwacht dat bedrijven hun lobbyactiviteiten in dergelijke registers registreren.

2.6         Tegengaan van belastingontwijking

Belastinginkomsten zijn voor overheden essentieel om publieke zaken als gezondheidszorg, onderwijs, veiligheid, sociale zekerheid en infrastructuur te verzorgen. Een rechtvaardig belastingstelsel waarin burgers en bedrijven bijdragen aan de overheidsfinanciën, komt ten goede aan deze publieke zaken. Bedrijven profiteren hier ook van. Desondanks zijn er bedrijven die belasting ontwijken door gebruik te maken van verschillen in belastingtarieven tussen verschillende landen of door mazen in de belastingwetgeving. Daarbij zijn er bedrijven die gebruikmaken van dochterondernemingen in belastingparadijzen. Ook zijn er bedrijven die geheime belastingakkoorden sluiten met overheden. Al deze vormen van belastingontwijking en -ontduiking zijn schadelijk voor de landen waar de eigenlijke economische activiteiten van het bedrijf plaatsvonden. Belastingontwijking is daarom tegenstrijdig aan het idee van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

PNO Media verwacht dat multinationale ondernemingen zich houden aan de OECD Guidelines for Multinational Enterprises. Hierin wordt van bedrijven verwacht dat zij belasting betalen aan de overheden van alle landen waarin zij actief zijn. Bedrijven moeten zich zowel aan ‘de geest als de letter van de wet’ houden, wat inhoud dat ze niet actief gebruikmaken van de mazen in de wet.

Ook verwacht PNO Media van multinationale ondernemingen dat zij publiekelijk transparant zijn ten aanzien van belastingenbetalingen per land. Voor bedrijven in met name de mijnbouw, olie- en gassector en de financiële sector zijn er richtlijnen en wettelijke verplichtingen tot ‘country-by-country’ rapportage over aantal werknemers, omzet, kosten, winst voor en na belasting, ontvangen subsidies en (belasting)betalingen aan overheden. Het Base Erosion and Profit Shifting Project van de OECD en de G20 biedt een hulpmiddel aan bedrijven bij implementeren van ‘country-by-country’ rapportage.

2.7         Beschermen van het milieu

Besluiten en activiteiten van organisaties hebben een effect op de natuurlijke leefomgeving van de mens, aangeduid als het milieu. Niet-duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en de ecosystem services die deze hulpbronnen leveren (natural capital) is in feite kapitaalvernietiging. Het is van belang dat natuurlijke hulpbronnen zorgvuldig worden gebruikt en de biodiversiteit daarin wordt beschermd. Het identificeren en waarderen van natuurlijke hulpbronnen en de bijbehorende diensten kan leiden tot betere besluitvorming over het beheren en beschermen van de natuurlijke leefomgeving.

Daarnaast moet elke organisatie ernaar streven om milieuvervuiling te voorkomen. PNO Media spreekt van milieuvervuiling als sprake is van aantasting of verontreiniging van het (leef)milieu door menselijke activiteiten. Bijvoorbeeld door chemische verbindingen, lawaai, warmte, licht en energie in het milieu te brengen met schadelijke effecten tot gevolg die een gevaar vormen voor de gezondheid en welvaart van de mens als voor de biodiversiteit van de natuur. Lokale en regionale vormen van milieuvervuiling zijn bodemverontreiniging, luchtvervuiling en watervervuiling.

PNO Media onderschrijft de richtlijnen van het Earth Charter, de Verklaring van Rio, de UN Convention on Biological Diversity en de UN Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES). Van bedrijven wordt verwacht dat zij zich aan deze standaarden houden.

PNO Media ondersteunt ten slotte de Natural Capital Declaration, waarin het concept natural capital centraal staat: de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en de ecosystem services die deze hulpbronnen leveren.

2.8         Tegengaan van klimaatverandering

De belangrijkste mondiale bedreiging voor het milieu vormt de verandering van het wereldwijde klimaat door de uitstoot van broeikasgassen. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft in 2014 haar Fifth Assessment Report uitgebracht. Het beschrijft de klimaatverandering en de gevolgen die zich nu manifesteren en concludeert dat het zeer waarschijnlijk is dat menselijke activiteiten meer dan de helft van de waargenomen temperatuurstijging tussen 1951 en 2010 hebben veroorzaakt. Ook heeft het IPCC vier scenario’s voor klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan opgesteld. In het beste geval blijft de stijging van de temperatuur beperkt tot maximaal 2°C. Om dat te bewerkstelligen zou de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen moeten worden gereduceerd met 50% in 2050, vergeleken met het niveau van 1990. Maar ook dan zullen de gevolgen van klimaatverandering ernstig en onomkeerbaar zijn voor het milieu, de economie, de maatschappij en gezondheid van mensen.

In november 2015, tijdens de 21e Conference of the Parties (COP21) van de UN Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) in Parijs, hebben landen zich ten doel gesteld om de temperatuurstijging tot 2100 te beperken tot 2 °C of zelfs tot 1,5 °C. PNO Media onderschrijft de doelstellingen van de UNFCCC. Om klimaatverandering te voorkomen zullen alle betrokken overheden en bedrijven hun verantwoordelijkheid moeten nemen. PNO Media verwacht dat zij reductieplannen ontwerpen en implementeren waardoor zij een evenredige bijdrage aan de reductiedoelstelling van het IPCC kunnen leveren.

2.9         Geen controversiële wapens en wapenhandel

PNO Media wil niet betrokken zijn bij de productie van wapens en wapensystemen, of essentiële onderdelen daarvan, die volgens internationaal recht verboden zijn, of die in het gebruik fundamentele humanitaire principes schenden. De bedoelde humanitaire principes omvatten het principe van evenredigheid (onnodig leed moet voorkomen worden) en het principe van onderscheid (militaire doelen en burgerdoelen dienen te worden onderscheiden). Concreet zijn dit chemische en biologische wapens, kernwapens, antipersoonsmijnen en clustermunitie. PNO Media onderschrijft daarom het Non-proliferatieverdrag inzake nucleaire wapens, het Verdrag van Ottawa (landmijnen) en het Verdrag tegen clustermunitie. Het Non-proliferatieverdrag stelt dat de vijf erkende kernwapenstaten hun voorraad aan kernwapens moeten verminderen. PNO Media investeert daarom niet in bij kernwapenproductie betrokken bedrijven, ook niet wanneer de kernwapens geproduceerd worden voor één van de vijf kernwapenstaten.

Het VN-Wapenhandelverdrag is in werking getreden in december 2014. PNO Media onderschrijft de principes voor wapenhandel die de VN in dit verdrag heeft opgesteld. Dat betekent dat PNO Media van bedrijven verwacht dat zij geen wapens en wapensystemen, militaire transportmiddelen en andere militaire goederen leveren aan een of meer landen waartegen een wapenembargo geldt (van de Europese Unie of de Verenigde Naties), noch aan landen die mensenrechten op grote schaal schenden of landen in conflictgebieden/oorlogsgebieden, noch aan landen die zeer corrupt zijn of aan landen met een falende staat of ontwikkelingslanden die een groot deel van hun begroting aan wapenaankopen besteden. Daarbij wordt, in overeenstemming met het Wapenhandelverdrag, van bedrijven verwacht dat zij geen wapens leveren indien er een doorslaggevend risico bestaat dat de wapens gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen of schendingen van het humanitair recht.

2.10      Respecteren van normen voor corporate governance

‘Corporate governance’ gaat over goed bestuur van bedrijven en het toezicht daarop. PNO Media onderschrijft de normen voor corporate governance van de OECD (Principles of Corporate Governance) en het International Corporate Governance Network (Statement on Global Corporate Governance Principles).

PNO Media verwacht dat bedrijven deze normen voor corporate governance respecteren. Ze hebben betrekking op:

  • het doel van de onderneming, winst voor aandeelhouders;
  • openheid en transparantie over activiteiten;
  • monitoring en controle van activiteiten;
  • eigendom, verantwoordelijkheden, stemrechten en corrigerende maatregelen van aandeelhouders;
  • bestuur en directie van de onderneming;
  • vergoedingenbeleid binnen de onderneming;
  • burgerschap, relaties met belanghebbenden en ethisch gedrag van de onderneming.

Een belangrijk aspect van corporate governance is transparantie. Omdat elk individu recht heeft op informatie over de risico’s van bedrijfsactiviteiten en om op een betekenisvolle manier te kunnen deelnemen aan de besluitvorming daarover, is transparantie van bedrijven belangrijk. Van bedrijven wordt transparantie verwacht over onder andere hun activiteiten en de impact daarvan op mens en milieu, over wie de eigenaars van het bedrijf zijn en hoeveel geld zij betalen aan overheden.

PNO Media verwacht van bedrijven dat zij standaarden en richtlijnen hanteren met betrekking tot:

  • duurzaamheidsrapportage;
  • externe verificatie van de duurzaamheidsrapportage;
  • ‘country-by-country’-rapportage voor multinationale ondernemingen over (belasting)betalingen aan overheden, omzet, winst en kosten;
  • consultatie met belanghebbenden en het inrichten van een onafhankelijk meldpunt voor klachten over de activiteiten van bedrijven.

De GRI-richtlijnen vormen een goede basis voor duurzaamheidsrapportage door grote en multinationale ondernemingen en de High5!-methode wordt aanbevolen voor kleine en middelgrote ondernemingen. Bedrijven kunnen zich voor hun rapportage verder baseren op richtlijnen zoals de UN Global Compact, de OECD Guidelines for Multinational Enterprises en ISO26000. Daarbij verwacht PNO Media dat bedrijven over mensenrechten rapporteren via het Reporting Framework van de UN Guiding Principles on Business and Human Rights.

2.11      Respecteren van normen voor dierenwelzijn

PNO Media onderschrijft de The Five Freedoms, de conventies van de Raad van Europa met betrekking tot dierenwelzijn in de intensieve veehouderij en tijdens transport. Tevens ondersteunt PNO Media het voorstel voor een Universele Verklaring voor Dierenwelzijn van de World Society for the Protection of Animals (WSPA). Deze richtlijnen gaan er van uit dat dieren een bewustzijn hebben en kunnen lijden. Elk handelen dat aanzet tot geweld tegen dieren wordt daarom afgekeurd. De behoeften die dieren hebben voor hun welzijn moeten worden gerespecteerd. Daarbij moet gedacht worden aan:

  • toegang tot voldoende drinkwater en voedsel dat bij de diersoort past;
  • een relatief gezonde en stressarme omgeving;
  • voorkomen van pijn, letsel en ziekte;
  • het kunnen ontplooien van natuurlijk gedrag;
  • omstandigheden creëren die lijden voorkomen.

Vormen van veehouderij die uitsluitend gericht zijn op de productie van bont zijn aanleiding voor PNO Media om met de betrokken bedrijven in gesprek te gaan. Bij vormen van veehouderij voor voedings- en andere gebruiksproducten vindt PNO Media het respecteren van normen voor dierenwelzijn van belang.

De Business Benchmark on Farm Animal Welfare, voor het eerst gepubliceerd in 2012, geeft een ranking van negentig voedingsmiddelenbedrijven wereldwijd op het gebied van dierenwelzijn. Investeerders die het onderschrijven worden ook op de hoogte gehouden van nieuws. Dierenwelzijnsorganisaties World Animal Protection en Compassion in World Farming en investeerder Coller Capital zijn de initiatiefnemers van de BBFAW. PNO Media onderschrijft deze ranking en heeft de intentie de Investor Statement te ondertekenen.

Het gebruik van dieren voor het testen van cosmetica en medicijnen is in de Europese Unie bij wet geregeld:

  • diertesten voor cosmetica zijn verboden;
  • diertesten voor medicijnen zijn gereguleerd volgens de 3R-methode: Replacement, Reduction, Refinement.

Buiten de EU kunnen de wetten minder omvattend zijn. Daarom verwacht PNO Media van bedrijven dat zij zich ook buiten de EU aan deze regelgeving houden.

2.12      Ketenverantwoordelijkheid

Bedrijven zijn vaak onderdeel van lange en complexe productieketens. Door het selecteren van leveranciers van grondstoffen, halffabricaten en overige bedrijfsbenodigdheden, kunnen bedrijven invloed uitoefenen op hun productieketen. Zoals mede in de UN Guiding Principles on Business and Human Rights wordt erkend, beperkt de verantwoordelijkheid van bedrijven zich niet tot de eigen operaties. Bedrijven dienen andere partijen in hun productieketen te monitoren. Bedrijven kunnen aan hun leveranciers vragen hoe zij respect voor lokale en nationale wetgeving en internationale normen met betrekking tot sociale, economische en milieuvraagstukken in hun beleid en werkwijze opnemen. Eventuele eisen op dit gebied die bedrijven stellen aan hun leveranciers kunnen worden opgenomen in de contractuele afspraken.

PNO Media verwacht dat bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen door duurzaamheidsbeleid toe te passen op hun hele productieketen.

Het belang van ketenverantwoordelijkheid is, sinds de herziening in 2011, ook erkend door de OECD Guidelines for Multinational Enterprises. Ondernemingen zouden hun zakelijke partners (leveranciers, aannemers, onderaannemers, licentiehouders en andere entiteiten waarmee de multinationale ondernemingen samenwerken) moeten aansporen om principes voor verantwoord ondernemen toe te passen.

Ook de ISO 26000-richtlijn uit 2010 erkent het belang van ketenverantwoordelijkheid. ISO 26000 stelt dat de gevolgen van beslissingen of activiteiten van een organisatie sterk beïnvloed kunnen worden door relaties met andere organisaties. De richtlijn benadrukt dat de invloedssfeer van bedrijven relaties binnen en buiten de eigen organisatie omvat.

In de Verenigde Staten is in 2010 de Dodd-Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act (Dodd-Frank Act) aangenomen. Sectie 1502 van de wet verplicht beursgenoteerde bedrijven onder andere om te rapporteren over hun due diligence onderzoek naar de herkomst van de mineralen tantalum, tin, wolfraam en goud. Doel hiervan is dat er inzicht komt in de productieketen en in de vraag of bedrijven via hun productieketen bijdragen aan de financiering van gewapende groepen in de Democratische Republiek Congo (DRC). In Europa wordt er gediscussieerd over de details van een wet die deze zogenaamde ‘conflictmineralen wetgeving’ uit de Verenigde Staten kan overnemen.

 

Hoofdstuk 3       Betekenis voor beleggingscategorieën

3.1         Aandelen, bedrijfsobligaties en vastgoed

Met beleggingen in aandelen, bedrijfsobligaties, vastgoed en private equity financiert PNO Media direct of indirect ondernemingen. PNO Media verwacht van deze ondernemingen dat zij handelen overeenkomstig zijn fundamentele uitgangspunten. Dat is niet het geval indien:

  1. de onderneming systematisch en herhaaldelijk betrokken is bij schendingen van een fundamenteel uitgangspunt, en
  2. de onderneming onvoldoende maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat vergelijkbare gevallen zich in de toekomst kunnen voordoen. Hiervan is sprake in een van de volgende twee gevallen:
  3. het ontbreekt de onderneming aan een coherent beleidssysteem met daarin de volgende elementen:
  • beleidsuitgangspunten;
  • een operationeel beleid dat invulling geeft aan deze uitgangspunten;
  • adequate procedures voor het omgaan met relevante problemen en vraagstukken;
  • informatiesystemen waarmee de uitvoering van het beleid en de procedures wordt gemonitord;
  • voldoende training en opleiding waarin de medewerkers getraind worden het beleid adequaat ten uitvoer te brengen;
  • een regelmatige terugkoppeling naar het management; en
  • (publieke) rapportages.
  1. de onderneming beschikt wel over een dergelijk system maar de praktijk wijst uit dat de werking daarvan ernstige gebreken vertoont.

Dit geldt in ieder geval voor bedrijven die clustermunitie, landmijnen of kernwapens produceren of verwerken. Door deze activiteiten kunnen ze niet aan de fundamentele uitgangspunten van PNO Media voldoen en worden de aandelen en obligaties die deze bedrijven uitgeven uitgesloten van beleggingen.

3.2         Private equity

Beleggen in private equity betreft het beleggen in aandelen van niet-beursgenoteerde ondernemingen. PNO Media belegt niet in individuele niet-beursgenoteerde ondernemingen, maar alleen in private equity fondsen die op hun beurt in een aantal niet beursgenoteerde ondernemingen investeren. Bij de selectie van deze private equity fondsen en de fondsmanagers die deze fondsen beheren worden in de eerste plaats de fundamentele uitgangspunten van PNO Media’s beleggingsbeleid gebruikt. Dezelfde aanpak wordt gehanteerd als voor de beleggingscategorieën die in paragraaf 3.1 zijn besproken.

Bovendien worden voor private equity fondsen nog een aantal extra criteria gehanteerd, in overeenstemming met de doelstellingen van de initiatiefnota van Kamerleden Nijboer en Groot over excessen bij private equity. De selectiecriteria die PNO Media hanteert bij de keuze van private equity fondsen worden hieronder beschreven.

Het uitgangspunt is dat private equity fondsmanagers worden geselecteerd die zich richten op waardecreatie. De fondsmanagers moeten aantoonbaar in staat zijn om de ondernemingen waarin zij investeren efficiënter te maken en het businessmodel te verbeteren. PNO Media kiest niet voor fondsmanagers die zich vooral richten op asset stripping (na overname geheel of gedeeltelijk ontmantelen van de overgenomen onderneming) of financial engineering (het excessief gebruik van vreemd vermogen). Voor een optimale kapitaalstructuur (leverage) is het gebruik van vreemd vermogen bij private equity, net als bij beursgenoteerde bedrijven, gebruikelijk. Door PNO Media zal bij de selectie van private equity fondsmanagers het gebruik van vreemd vermogen door elke afzonderlijke onderneming in het fonds geanalyseerd worden, door de leverage op het moment dat het private equity fonds investeert te vergelijken met de leverage op het moment dat het private equity fonds de investering verkoopt. Een extreme (toename van de) leverage is ongewenst. Het rendement van een onderneming moet voortkomen uit omzet en winststijging, niet uit financial engineering.

Uitgangspunten bij de selectie van private equity fondsen zijn dus:

  • Waardecreatie moet uit de normale bedrijfsvoering komen en financial engineering wordt negatief beoordeeld;
  • Op fondsniveau wordt als algemene richtlijn maximaal 50% ‘leverage’ gehanteerd;
  • Kortetermijnwinstbejag, bijvoorbeeld door asset stripping, wordt negatief beoordeeld en is slecht voor de continuïteit van het bedrijf;
  • Fondsmanagers die scherp aan de wind varen op het gebied van de fiscale wet- en regelgeving worden zeer kritisch beoordeeld;
  • De vaste beheervergoeding voor fondsmanagers dient bij voorkeur geen winstbron te zijn, maar is ter kostendekking. Een winstdeling vanaf een minimale rendementsgrens (meestal 8%) is verantwoord. Door aansluiting te zoeken bij de richtlijnen van internationale organisaties (ILPA) wordt gestreefd naar meer transparantie in de kostenstructuur van de fondsmanager.

3.3         Staatsobligaties

Met beleggingen in staatsobligaties financiert PNO Media overheden. PNO Media verwacht ook van overheden dat zij handelen overeenkomstig de fundamentele uitgangspunten van de Code Verantwoord Beleggen. Dat is niet het geval indien:

  1. de overheid van een land systematisch en herhaaldelijk een fundamenteel uitgangspunt schendt; en/of
  2. de overheid van een land onvoldoende maatregelen neemt om structurele schendingen van de fundamentele uitgangspunten door ingezetenen (individuen en organisaties) tegen te gaan of gerechtelijk te vervolgen.

Deze criteria gelden in ieder geval voor staten waartegen sancties zijn opgelegd door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Deze sancties worden opgelegd als staten structureel fundamentele mensenrechten schenden. De sancties kunnen betrekking hebben op de handel in bepaalde goederen met het betreffende land, maar zijn ook vaak gericht tegen bepaalde machtige individuen die reisbeperkingen worden opgelegd en wier tegoeden worden bevroren.

PNO Media wil niet beleggen in de staatsobligaties van staten die niet handelen overeenkomstig zijn fundamentele uitgangspunten. PNO Media heeft daarom besloten om staatsobligaties uitgegeven door staten waartegen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties deze staten sancties heeft opgelegd, uit te sluiten van beleggingen.

Als pensioenfonds voor de mediasector hecht PNO Media een groot belang aan persvrijheid. PNO Media heeft daarom besloten om staatsobligaties uitgegeven door staten waar de persvrijheid ernstig geschonden wordt, eveneens uit te sluiten van beleggingen. Voor welke staten dit geldt, wordt beoordeeld op basis van de Press Freedom Index, van de internationale organisatie Reporters Without Borders. De organisatie verzet zich tegen censuur en wetten die de persvrijheid ondermijnen. Reporters Without Borders streeft naar verbetering van de veiligheid van journalisten en staat journalisten bij die vervolgd, gevangen gezet of gemarteld worden. In de Press Freedom Index worden alle staten ter wereld beoordeeld naar de mate waarin overheidsdiensten in het betreffende land verantwoordelijk zijn voor geweld tegen journalisten en de mate waarin de overheid de media controleert en censuur toepast. PNO Media kiest ervoor om staatsobligaties van staten waar de persvrijheid door Reporters Without Borders als een ‘very serious situation’ wordt getypeerd, uit te sluiten van beleggingen.

 

Hoofdstuk 4       Gebruik van instrumenten

4.1         Overzicht instrumenten

PNO Media bevordert dat externe vermogensbeheerders beleggingen selecteren op basis van sociale-, milieu- en corporate governance-criteria (de zogenaamde ESG-criteria). Alle vermogensbeheerders zijn op de hoogte van de inhoud van onze code en onderschrijven de doelstellingen hiervan. Bovendien beoordeelt PNO Media het gedrag van ondernemingen en overheden waarin zij belegt aan de hand van zijn fundamentele uitgangspunten. Wanneer ondernemingen handelen in strijd met zijn uitgangspunten wenden we onze invloed als aandeelhouder aan om te bewerkstelligen dat die ondernemingen hun gedrag veranderen in overeenstemming met de fundamentele uitgangspunten. In eerste instantie zal PNO Media daartoe in overleg treden met de onderneming (engagement) en gebruik maken van zijn stemrecht als aandeelhouder.

Bij zeer ernstige en structurele schending van de fundamentele uitgangspunten zal PNO Media de onderneming uitsluiten van beleggingen. Ook staatsobligaties kunnen uitgesloten worden vanwege zeer ernstige en structurele schending van de fundamentele uitgangspunten.

Omdat PNO Media wenst dat de code op een uniforme wijze wordt toegepast, hebben we een gespecialiseerd extern researchinstituut benoemd om op een gestructureerde wijze alle beleggingen te screenen, engagement te voeren met ondernemingen en overheden, het stemrecht op aandelen uit te oefenen en daarover verantwoording af te leggen.

4.2         Integratie ESG-criteria door externe vermogensbeheerders

PNO Media maakt voor het beheer van zijn vermogen gebruik van externe vermogensbeheerders in binnen- en buitenland. We verwachten dat het betrekken van criteria op het gebied van milieu, mensenrechten en corporate governance (ESG-criteria) bij beleggingsbeslissingen leidt tot een beter inzicht in de risico’s die aan individuele beleggingen zijn verbonden. PNO Media zal zich daarom inspannen om te bevorderen dat de externe vermogensbeheerders ESG-criteria meenemen in hun beleggingsbeslissingen. We houden met dit aspect rekening bij de selectie van vermogensbeheerders. Ook zijn externe vermogensbeheerders contractueel gebonden aan het naleven van de Code Verantwoord Beleggen van PNO Media en moeten zich daarover verantwoorden.

4.3         Uitoefenen van stemrecht

PNO Media heeft als institutionele belegger belang bij goed werkende financiële markten. De naleving door ondernemingen van algemeen aanvaarde normen voor corporate governance, draagt bij aan de transparantie en de goede werking van de financiële markten waarop we als belegger actief zijn. PNO Media bewaakt zijn belangen als aandeelhouder en bevordert zowel zijn financiële belangen als de naleving van zijn fundamentele uitgangspunten. Dit doen we door de stemrechten uit te oefenen die zijn verbonden aan de door PNO Media gehouden aandelen. PNO Media heeft als beleid dat het stemrecht wordt uitgeoefend bij alle bedrijven waarin wordt belegd. We maken hiervoor gebruik van de diensten en de infrastructuur van een gespecialiseerd stemadviesbureau.

PNO Media rapporteert elk kwartaal op de website www.pnomediaverantwoordbeleggen.nl over zijn stemgedrag op de aandeelhoudersvergaderingen van de bedrijven waarvan we aandelen houden.

4.4         Engagement

De engagementbenadering houdt in dat PNO Media via een gespecialiseerd extern onderzoeksbureau en waar mogelijk samen met andere institutionele beleggers de dialoog opzoekt met ondernemingen die handelen in strijd met de fundamentele uitgangspunten.

Het doel van deze engagementbenadering is het bewerkstelligen van een duidelijke en structurele gedragsverandering van ondernemingen waarin PNO Media belegt. Indien deze benadering niet leidt tot het gewenste resultaat en ook op langere termijn naar verwachting voor onvoldoende resultaat zorgt, dan kan dit leiden tot uitsluiting van de betreffende instelling uit het beleggingsuniversum.

Veel bedrijven komen in principe voor engagement in aanmerking, omdat zij in meer of mindere mate de fundamentele uitgangspunten schenden. Om praktische redenen zullen prioriteiten gesteld moeten worden. PNO Media maakt een selectie van bedrijven en overheden waarmee engagement wordt aangegaan. Deze selectie wordt regelmatig herzien, aan de hand van nieuwe informatie en actuele ontwikkelingen.

4.5         Uitsluiting

PNO Media zal tot uitsluiting van beleggingen in ondernemingen of overheden overgaan indien:

  • een van de kernactiviteiten van de onderneming niet in overeenstemming is met de fundamentele uitgangspunten;
  • uit betrouwbare bronnen blijkt dat het handelen van de onderneming of de overheid structureel en op zeer ernstige wijze zijn fundamentele uitgangspunten schendt; en/of
  • het handelen van de onderneming of de overheid de uitgangspunten op ernstige wijze schendt en engagement na verloop van tijd niet tot gedragsverandering leidt.

 

Hoofdstuk 5       Samenwerking

5.1         Uitgangspunt

PNO Media zoekt waar mogelijk samenwerking met andere institutionele beleggers binnen en buiten Nederland om de naleving van de door ons gehanteerde fundamentele uitgangspunten en het onderzoek op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen te bevorderen.

5.2         Principles for Responsible Investment

PNO Media heeft de Principles for Responsible Investment ondertekend. Deze principes luiden als volgt:

  • we laten de ESG-criteria meewegen in onze beleggingsanalyse en besluitvormingsprocessen;
  • we treden op als actief aandeelhouder en betrekken ESG-onderwerpen in onze ondernemingsbeleid en in hun ondernemingspraktijken;
  • we vragen de entiteiten waarin we beleggen om op gepaste wijze te rapporteren over ESG-onderwerpen;
  • we bevorderen de acceptatie en implementatie van de PRI-principes in de beleggingssector;
  • we werken samen om zo de PRI-principes effectiever in te kunnen voeren;
  • we doen verslag van onze activiteiten en de voortgang die we boeken met de invoering van de PRI-principes.

PRI biedt PNO Media toegang tot een efficiënt internationaal netwerk voor het uitwisselen van informatie op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen en het leggen van informele contacten ten behoeve van de uitvoering van de door het fonds gekozen engagementbenadering.

5.3         Onderzoeksbureaus

PNO Media maakt voor de uitvoering van deze code gebruik van de diensten van gespecialiseerde onderzoeksbureaus.

 

Hoofdstuk 6       Evaluatie

Deze code dient een afspiegeling te zijn van de gedeelde opvattingen van onze deelnemers, pensioengerechtigden en aangesloten werkgevers. Omdat deze opvattingen in de loop van de tijd kunnen veranderen, zal PNO Media deze code periodiek blijven toetsen aan de opvattingen van de belanghebbenden bij ons fonds.

 

Hoofdstuk 7       Communicatie

In de media draait het letterlijk om begrijpelijke en tijdige informatieoverdracht, voorlichting en communicatie. Als hét pensioenfonds voor bedrijven in de mediasector, begrijpt PNO Media dan ook als geen ander dat communicatie over het gevoerde beleid zeer belangrijk is. Volledige transparantie is het uitgangspunt voor onze externe communicatie. PNO Media legt graag verantwoording af over zijn beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen en over de manier waarop het fonds aan dat beleid invulling geeft.

De Nederlandse Corporate Governance Code beveelt aan dat institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen:

  • jaarlijks op hun website hun beleid publiceren ten aanzien van het uitoefenen van het stemrecht op aandelen die zij houden in beursgenoteerde vennootschappen;
  • jaarlijks op hun website en/of in hun jaarverslag verslag doen van de uitvoering van hun beleid ten aanzien van het uitoefenen van het stemrecht in het betreffende verslagjaar;
  • ten minste eenmaal per kwartaal op hun website verslag uitbrengen of en hoe zij als aandeelhouders hebben gestemd op de algemene vergaderingen van aandeelhouders.

PNO Media onderschrijft deze aanbevelingen en leeft deze volledig na. Daarom hebben we een website gecreëerd welke volledig in dienst staat van verantwoord beleggen, www.pnomediaverantwoordbeleggen.nl. Op deze wijze informeren we onze deelnemers, en geïnteresseerde niet-deelnemers, zo transparant en compleet mogelijk. De website biedt veel informatie over verantwoord beleggen zoals diverse onderzoeksrapporten, beleidsdocumenten en actuele nieuwsberichten. Daarnaast wordt ons verantwoord beleggingsbeleid uitgebreid toegelicht evenals de manier waarop wij daarmee omgaan. De website wordt ook gebruikt om verantwoording af te leggen over ons stemgedrag en de engagements. Elk kwartaal wordt een verslag over het stemgedrag gepubliceerd waarin we op geaggregeerd niveau laten zien hoe vaak, en op welke wijze, er is gestemd op de aandeelhoudersvergadering. Ook wordt de mogelijkheid geboden om per bedrijf te zien of er voor of tegen een agendapunt is gestemd.

PNO Media legt ook via zijn jaarverslag verantwoording af over de wijze waarop het is omgegaan met zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.